Bureau met notitieboek en munten

Geld en geluk

Het $75.000-plafond bestond niet

Een van de bekendste geluksfeiten uit 2010 werd tien jaar later herzien door de originele auteurs zelf.

Kahneman & Deaton, 2010

In 2010 concludeerden Nobelprijswinnaar Daniel Kahneman en Angus Deaton dat emotioneel welbevinden afvlakte boven ongeveer $75.000 per jaar. Het cijfer werd wereldberoemd, verscheen in duizenden columns en op tienduizenden LinkedIn-posts.

Belangrijk detail dat in de meeste samenvattingen verloren ging: Kahneman en Deaton onderscheidden twee vormen van geluk. Levensevaluatie (Cantril-ladder) bleef stijgen met inkomen. Alleen dagelijks emotioneel welbevinden (positief affect min negatief affect) leek af te vlakken.

Killingsworth, 2021

Matthew Killingsworth verzamelde met de Track Your Happiness-app 1,7 miljoen momentmetingen bij 33.391 werkende volwassenen. Zijn conclusie in PNAS: geen plafond. Zowel ervaren welbevinden als levensevaluatie bleef stijgen tot boven $500.000 per jaar.

De adversarial collaboration, 2023

In een zeldzame samenwerking gingen Killingsworth, Kahneman en Barbara Mellers samen om tafel. De verzoening in PNAS (2023): geluk stijgt log-lineair met inkomen, behalve bij de ongelukkigste ~20% van de mensen, waar het boven ongeveer $100.000 afvlakt. Voor die groep los je met geld het probleem niet op.

Wat log-lineair betekent

Dubbelen van je inkomen (van €40.000 naar €80.000) geeft ongeveer evenveel welbevinden-winst als opnieuw dubbelen (naar €160.000). De marginale euro doet minder naarmate je meer hebt. Van €20.000 naar €40.000 doet dus meer dan van €200.000 naar €220.000.

De Easterlin-paradox

Richard Easterlin ontdekte in 1974 dat rijkere landen niet gelukkiger waren dan armere, en dat economische groei binnen landen niet leidde tot meer geluk. Latere heranalyses (Stevenson & Wolfers, 2008) betwistten dit. De paradox is er nog steeds op de lange termijn: het BBP per hoofd steeg fors, gerapporteerd geluk in westerse landen nauwelijks.

Hoe je geld uitgeeft doet ertoe

Elizabeth Dunn en Michael Norton laten in hun onderzoek zien dat drie soorten uitgaven consistent meer welbevinden opleveren: ervaringen boven spullen, tijd kopen (schoonmaak, maaltijdbezorging) en prosociaal geven. Een klein bedrag geven aan iemand anders verhoogt welbevinden meer dan hetzelfde bedrag aan jezelf besteden.